Zoeken
  • Eva Barends

Er waren Audi's

Het regende, het regende eindeloos, stroompjes water kabbelde langs de stoepranden en paraplu’s liepen voorbij. Ik stond op de tram te wachten en probeerde me af te sluiten voor de complete aversie die ik voelde tegen de regen en de kou. Alles wat ik had gehoord over meditatie probeerde ik toe te passen; ik visualiseerde zon, stranden en een lentebriesje over mijn blote benen. En kleur, want de wereld om me heen was veranderd in een grijze, waterige massa die me nog het meeste deed denken aan kantoortuinen na ernstige lekkage.


Ik hupste van mijn ene op mijn andere been om warm te blijven en propte mijn handen zo diep mogelijk in mijn zakken. Nog zeven minuten, zag ik het op bord.

Naast me stond een mottige vrouw met haar bejaarde vader die een rollator vasthield. Ze praten met elkaar, dat zag ik, maar ik wilde niet luisteren en concentreerde me tevergeefs op zomer. Maar de kou had mijn botten gevonden en de regen was op listige wijze door mijn regenjas aan het knabbelen. Ik zuchtte.


“GA LIGGEN! HANDEN OP JE HOOFD! LIGGEN!”De vrouw naast me draaide zich wild om en rende naar de straatkant van de halte; ‘Politie!”riep ze opgewonden met haar handen wapperend als een jongetje van zes. Ik keek, toch wat geschrokken, met haar mee en zag zes blauwe auto’s die de straat geblokkeerd hadden, tussen de auto’s in stonden ook twee grijze auto’s. Op straat liepen een paar jongens die krampachtig een hand op hun broekzak gedrukt hielden. Er stonden er ook een paar bij de grijze auto’s.


“nou, dat zijn boefies hoor, als ze met zoveel twee auto’s klemzetten!”lachte een oudere dame met een witte luipaardjas. Haar gezicht deed me schrikken; het was niet echt. De lippen stonden strak en bol en haar ogen popten bijna uit haar rimpelige, strakgetrokken huid.

De dochter van de oude man leek het vreemde bewerkte gezicht niet te zien en lachte schamper mee: “nou zeker! Die hebben heel wat uitgevreten! Dat zijn Stille he!” wees ze mij trots op de jongens die er inderdaad vrij onopvallend uitzagen in hun skinny’s en sneakers. Al maakte de pistolen die ze stevig, verborgen onder hun jasjes, vasthielden ze wel iets minder…’mainstream’ zullen we maar zeggen. “Dat ze in Audi’s rijden” knikte de luipaard-mevrouw, “dat wist ik niet joh, in Audi’s”. Ze zuchtte dromerig en ik begreep dat het rijden in een Audi blijkbaar niet voor iedereen is weggelegd.


Ondertussen werden uit de grijze autos’ twee mannen gevist. Ze keken teleurgesteld, niet geschrokken of schuldbewust. Ze droegen saaie grijze broeken, sombere truien en hadden suffe kapsels. Ze pasten precies in het decor die de grijze wereld om ze gevormd had. Gelaten lieten ze zich door de regen heen, in een van de Audi’s proppen. De zwijgzame politieagenten liepen trots naar hun auto’s.


“ja, echt Audi’s, tsjonge” kirde de luipaard-mevrouw. De man met de rollator schalde over de straat: ‘ja, zo doen we dat jongens, goed werk! Zo doen Wij dat!” Daarna draaide hij zich naar zijn dochter en glunderde “jonge jongens nog he, zag je dat? Jonge jongens hoor”.Zijn dochter knikte en zei zuchtend ‘je zou ze bijna een applausje geven he, die jongens?”. De luipaard-mevrouw keek haar stralend aan en schikte haar blonde haren “nou die hebben wat gedaan hoor, boeffies! En dan die Audi’s”.


Ik voelde de regen inmiddels van mijn kraag in mijn nek druppen, de tram kwam er aan. Alle passagiers zaten met hun gezichten tegen het raam gedrukt om de paar achtergebleven Audi’s te bekijken. Ik dacht aan de zomer, de zon en aan de twee mannen die ik net zo teleurgesteld had zien kijken en stapte in, de zeven minuten waren voorbij.



0 keer bekeken

©copyright E.Barends 2020

  • Instagram