Zoeken
  • Eva Barends

Vergeet haar

Zeven jaar geleden ging ik door mn rug, draaide om mijn as en viel op de grond. Daar lag ik, naast de bank. Ik zag de stofjes op het kleed en een stukje vergeten chips bij de poot van de bank. Ik wilde opstaan. Dat hoor ik mezelf ook altijd tegen mijn dochter zeggen als ze valt: “Kom, sta maar op, dan kijken we even”. Maar ik kon niet opstaan. Een gillende pijn hield me op de grond.

Ik wist toen nog niet dat je zoveel pijn kon hebben. Maar geloof me, dat kan. Pijn die je niet meer kan verbijten en even naast je neer kan leggen. Pijn die je verlamd en tegelijkertijd doodsbang maakt. Paniek door je lichaam laat golven als een eb en vloed. Ik wist eerlijk waar niet dat dat kon.

Ik werd omhoog gehesen, jankend als een hond en op de bank gerold. Daar lag ik. We belden de doktersdienst; ik moest pijnstillers slikken en bewegen. Dus dat deed ik. Ik die nooit pijnstillers aanraakte slikte ze opeens als een fijn zakje snoep van de Jamin.


Daarna ging het steeds weer beter, minder goed, beter en weer slecht. De dokter dacht aan een hernia, de MRI dacht het ook. De neuroloog kon er alleen niks mee, omdat het niet erg genoeg was. Dus ging ik revalideren, moest ik leren met chronische pijn te gaan leven. Kwamen de psychologen en maatschappelijk werkers in mijn leven die me behandelden als een levensmoe plantje. Maar dat was ik niet, ik werkte nog. Ik ging naar de stad en bestelde cappuccino’s op een terrasje. Moest de revalidatie mij levenskracht geven; ik werd er doodongelukkig. Dus zocht ik verder; fysiotherapeuten, chiropraktors, ergotherapeuten, neurologen… Maar niemand temde de steeds terugkomende pijn in mijn rug. Ik werd moe. Moe van het dragen van pijn, het meeslepen en ondertussen net doen alsof ik best een gewoon leven kon leiden. Maar eigenlijk kon ik dat niet.

Mijn rug werd een ding, mijn ding zelfs. Ik gaf het een naam ‘Tante Hernia’, probeerde het los te zien van mij. Maakte er grapjes over. Mensen vroegen altijd naar mijn rug en niet naar mij, ze lachten me toe en zeiden: “het gaat als een stuk beter zo te zien; je loopt niet meer mank! Fijn joh”, dan knikte ik maar. Moe van dat steeds tegen te moeten spreken.


Maar om me heen merkte ik dat meeleven met zoiets onzichtbaars als langdurende pijn lastig is. Het gaat vervelen, irriteren, geduld raakt op. Steeds meer mensen haakten af; want ondertussen was ik degene die nooit meer kwam op verjaardagen, kraamvisites of huwelijken. Voor het gemak nodigde ze me maar niet meer uit; ik kwam namelijk toch niet. Toch had ik het fijn gevonden als ze me wel bleven vragen, want ik wilde wel graag komen, maar kon het eenvoudig niet.


Misschien kan ik zeggen dat ik mijn rug voor het gemak maar ‘mijn hernia’ noemde; omdat het dan voor mensen om me heen wat makkelijker te begrijpen was. Als ik wel eens voorzichtig zei dat ik ‘last van mn rug’ had, kwam er altijd een antwoord dat er ergens in de kennissenkring ook iemand was met ‘rugklachten’. Het is moeilijk om uit te leggen dat je altijd pijn hebt en altijd moe bent van die pijn. Ik hield er voor het gemak maar mee op.


Nu hoorde ik van mijn nieuwe arts dat ik mijn hernia moet vergeten: “vergeet die Tante Hernia alsjeblieft! het is zoveel meer dan dat” riep hij me toe. Want ondertussen is mijn hele lichaam aan het opgeven, omdat het zo moe is. Omdat er maar heel weinig spieren zijn die nog iets doen voor mij. Omdat het inmiddels zoveel pijn doet. En niet alleen maar in mijn onderrug, maar overal. In mijn nek en schouders, armen en benen. Vanaf nu moet het dus anders. Dan weten jullie dat vast.

Ik zal geen hernia meer zeggen, maar Pijn. En wie dat niet begrijpt, begrijpt het maar niet. En wie een tante heeft met rugpijn, prima. Wens haar beterschap. Maar ik moet aan mezelf gaan denken. En niet aan mijn rug, maar aan mezelf. Want niet alleen mijn rug heeft pijn, ik ben die rug. Dat moet ik niet vergeten.





0 keer bekeken

©copyright E.Barends 2020

  • Instagram