Zoeken
  • Eva Barends

Spaced

“Ik ben echt weeeeird moe man, jij ook he? Echt een beetje spaced enzo, snap je?”De vrouw naast me draait enthousiast naar een jongen die tussen ons in is komen staan en zijn natte jas uittrekt. Het regent buiten. “Ja, nou, ik ook hoor”,lacht hij bescheiden. De vrouw lijkt hem niet te horen en ratelt door: “Echt. Weird. Moe. Je weet wel, so I think, nou ja, ik heb nog niks te drinken voor je bestelt man! Allemaal mega hipster dingen op de kaart hier, wat wil je? Wil je thee? Ja? Thee?”.

Inmiddels is de concentratie voor het boek dat ik aan het lezen was weg, ik draai me onhandig van mijn buren af zodat ik iets minder middenin hun gesprek zit. Mijn thee sleep ik naar me toe en neem voorzichtig een slokje.

De jongen schuift de kruk naar achter, gaat zitten en bekijkt de kaart vluchtig; “ja, thee, verse munt. Dat is goed”, daarna draait hij zich meteen naar de vrouw. Ze lacht hard en roept; “En, hoe is het! Hoe is het met je? Ben je al afgestudeerd, ja? Goed zeg, nieuwe fase he, ja man. Goed hoor. En ga je nu op jezelf wonen? Wat vinden je ouders ervan? Hahahahahah”

Ik klap mijn boek dicht, lezen zal niet meer lukken, ik moet luisteren. De vrouw praat zo hard, en articuleert elk woord daarbij erg zorgvuldig. Beleefd negeren lijkt daardoor onmogelijk. Dat je in een zin zoveel vragen kan stellen die je zelf ook al beantwoord terwijl je nog met je vragen bezig bent. Dat vind ik fascinerend, en voor de gesprekspartner hoogst irritant denk ik. Wat me opvalt is de theatrale lach die ze na elke zin plakt. Het lijkt totaal irrelevant waar de zin over gaat; de lach is als een extra uitroepteken. Alsof er een existentiële noodzaak is om alles te beklinken met een lach. Of misschien is de lach een willekeurig geluid en had ze net zo goed elke zin kunnen besluiten met wolvengehuil.

“En de liefde, hoe is het daarmee?”schatert de vrouw zodra de muntthee op de tafel staat. “Dat meisje? Is zij nog steeds…. Nee? Ach joh, ik vond jullie zo leuk samen! Zo schattig! Hahahahahahahahahahhaha! Jij niet dus? Nee? Was het niet de ware voor je? Hahahahahahaha, ach… Niet je type? Neee? En nu? Ben je weer aan het daten? Meteen door met nieuwe chicks?”

Mag ik hier even aantekenen dat ik het altijd zeer bijzonder vind als vrouwen andere vrouwen ‘chicks’ noemen? Misschien is het ouderwets van me, maar ik vind het zo neerbuigend klinken. Kuikens, kippen, waarom? Ik krijg altijd al koude rillingen als mannen vrouwen een ‘leuk chickie’noemen. Maar dat ook vrouwen elkaar zonder schaamte kipnoemen(en Bitch, dat is er ook zo een, maar dat even terzijde), ik snap het niet.

“haha, nee, maar ik heb wel een meisje ontmoet, een klasgenoot…” begint de jongen voorzichtig, “Hahahahahaha! Een klasgenoot!” giert de vrouw, “kende je haar al lang? Het is altijd bijzonder om elkaar al van eerder te kennen, ja, toch?” zucht de vrouw opeens samenzweerderig. De jongen herpakt zich,“ja, ik kende haar al, maar ze had altijd een vriend. Nog steeds…eigenlijk”.“Oehhhhh, dus je bent de side-man! De man erbij, een minaarrrrr! Gevaarlijk…, hahahahahha”kirt de vrouw.

“Nou, ja…haha”kucht de jongen, toch wat ongemakkelijk, “ik had zelf ook een vriendin toen het begon, dus ja, maar nu ging ik haar er dus ook bij zien”. “Jeetje, jongen, oeh, oeh… En nu?”, tsjirpt de vrouw afwachtend, het blijft even stil, de jongen neemt een slok thee en zegt: “Nou ja, eigenlijk heeft ze heel veel problemen, psychisch, er is veel aan de hand, dus ja, nu wil ze mij even niet zien. Dus dat vond ik okee, ja, best okee wel, maar twee dagen later toen we elkaar zagen…”.

“Twee dagen?!” giert de vrouw “ hahahaha! Dat is niet ‘even niet zien’, hahahha, en nu? Ben je verliefd?”. Het woord verliefd spreekt ze uit als iets wat sowieso weinig goeds kan betekenen. Ze maakt er een lelijk woord van, alsof het besmet is met ellende. De stem van de jongen zakt, en klinkt treurig:“Ja, dat weet ik wel heel zeker eigenlijk…”

Ik heb met hem te doen; Hij is verliefd, maar inplaats van romantisch samen naar de maan te staren is de situatie verre van handig en lijkt de maan voorlopig nog wel even achter een wolk te blijven hangen.

Naast mij roept de vrouw dramatisch uit:“Ach jongen, jongen toch! Dit is echt naar voor jou! Nou toch! Is dit je eerste keer, verliefd? Hoe oud is ze dan? Twintig? Ach jongen! En nu?”

En nu, en nu… ja dat zou ik als brutale luisteraar ook best willen weten, hoe gaat hij dit oplossen? Is er een uitweg met een gelukkig einde? Komt het nog goed? Waar is die vriend van dat meisje gebleven? En zijn vriendin, die was er toch ook? Zouden zij samen…? Of draaf ik nu door?

“Nee, nee, het is okee”, klinkt het naast me, “nee, ach je…Nu wil ze me dus niet meer zien, een beetje rust enzo, en dat is… ja dat is goed”, mompelt de jongen dapper, maar aan de toon van zijn stem weet ik wel beter.

En, eerlijk gezegd ben ik toch ook een beetje teleurgesteld in mijn onbekende buurman; wat nou ‘het is goed’?! Als ze werkelijk zo bijzonder is als ik tussen zijn zinnen door lijk te horen, dan moet je misschien net even iets meer je best doen, lieve jongen! Of niet? Ga ik te snel uit van een sociaal wenselijk romantisch plot? En is het juist heel mooi dat hij haar ‘laat zijn’ in haar misère en hij zichzelf wat wentelt in zelfmedelijden?

Zij zal herstellen, hij gaat toch het huis uit en wordt een stuk zelfstandiger, vinden zijn ouders, ondanks dat ze hem missen, ook heel fijn. En dan op een dag in de lente ziet hij haar lopen. Verse zon op haar bleke snoet; aangesterkt en met een voorzichtig blosje op haar wangen. Dan komt het allemaal vast heel goed. Fijn. Ik neem tevreden een slok van mijn thee.

De vrouw sist op luide fluistertoon dat ze het he-le-maal begrijpt; psychische problemen, daar heb je dus niks aan, in een beginnende relatie dan. Zij weet daar natuurlijk alles van. Want als dat meiske niet wil, dan wil ze niet en ja, dan houdt het toch echt op. Ik hoor de jongen een zwak ‘ja’ fluisteren en voel ik mee met zijn prille, gebroken hart. Kon ik hem maar mijn optimistisch scenario voorleggen. Maar dat zou natuurlijk wat ongepast zijn nu.

Naast mij is het tweede bedrijf begonnen, alle gevoelige liefde is verdwenen, de vrouw herinnert zich blijkbaar opeens dat ze al een tijdje niks over zichzelf heeft kunnen zeggen, ze gaapt: “Ik ben echt mega gaar man! Weeeird meo gewoon. Hahahahahaha! Wil jij wat eten? Nee? Niet he? Ik wil wandelen, wil jij ook wandelen? Zullen we wandelen? Ja? Okee. Dan gaan we afrekenen. Goed”. De jongen schuift zijn kruk naar achteren en staat op, hij gaat betalen. Wat lief van hem. “Jij betaalt volgens mij elke keer als wij elkaar zien!”galmt het naast me. Nou moe.

De vrouw staat op en trekt de deur open, samen met de jongen loopt ze de regen in.

Ik pak mijn boek om verder te lezen, maar het lukt niet meer, mijn hoofd tolt, ‘weird-moe’ van die gierende chick met de treurige jongen.

0 keer bekeken

©copyright E.Barends 2020

  • Instagram