Zoeken
  • Eva Barends

Sofia by bus #4

We naderden Boekarest en dat was een opluchting. De treinrit van de afgelopen vier uur was niet zo comfortabel geweest als een eerste klas deed vermoeden. De banken waren iets zachter dan de gemiddelde kerkbank, maar daarmee was ook alles wel gezegd. Onderweg hadden we verschillende stops gemaakt waar verschillende mensen waren ingestapt. Onder hen ook veel kinderen, op blote voeten en gezichten zwart van het opgedroogde, stoffige snot. Ze opereerden als bendes met een duidelijk doel; geld. Dat konden we ze natuurlijk absoluut niet kwalijk nemen, maar prettig was het niet. Hun tactieken waren duidelijk bedoelt voor weekhartigen zoals wij. Ze gingen bij ons zitten, klaagden, aaiden onze benen, zongen weemoedige, zoete liederen en kusten onze voeten. Daarna, met een gegeven muntstuk in hun knuisten renden ze weg, satanisch lachend. Ik kon niks anders dan me afvragen wat er van hen zou worden. Het maakte me verdrietig en tegelijkertijd schaamde ik me. Wij zaten in de eerste klas omdat het maar zeven euro was voor vier uur; we hadden erom gelachen. Wij mopperden over het ontbrekend water op de camping en de lege supermarkten. Terwijl dit voor hen de realiteit was.

Dus het vooruitzicht van een grote stad, een station en hopelijk eindelijk het begin van onze geplande vakantie voelde, ondanks de schaamte, toch wel erg fijn. Ik vroeg me af wat voor lekkers we zouden gaan eten die middag.

Onze trein arriveerden ergens naast de centrale hal. We moesten dus via de buitenkant van het station en dan weer naar binnen. Onder onze voeten knerpten gebroken glas; terwijl ondertussen mensen op blote voeten stukken oud ijzer van de straat aftrokken en dit op karen gooiden waar magere paarden voor stonden. We hadden een fles water, voor onderweg, die ik van ellende tegen me aan klemde als een baby. Eindelijk bij de hoofdingang gekomen stonden er mannen; ze hielden ons tegen en blaften: “Apa! Hier! Apa!”. Ik gaf trillende mijn fles water en ze lachten smalend, terwijl wij geschrokken voorbij liepen.

Verwarring is het beste woord wat de toenmalige situatie dekte. Het station was groot; ruim en overzichtelijk. Maar zo voelde het niet. Het was warm, klam en de sfeer was gejaagd. In het midden van de hal stond een hokje met daarin een bezwete en getergde man. Hij riep naar mensen die in drommen probeerde iets van treininformatie te krijgen. Een rij vormen was blijkbaar onbekend; wie kon duwen kwam bij de man terecht.

“Sofia?” vroegen wij hoopvol, “Nu! Nu!” riep de man hoofdschuddend. We liepen weg. Moedeloos. Ergens vonden we een klein hokje waar informatie over reizen in Roemenië werd verstrekt. De vrouw die verhit achter haar bureau zat sprak Engels! Ze vertelde ons vriendelijk dat de trein naar Sofia alleen ’s nachts reed. En dat we dat beter niet konden doen; “er springen vaak mensen op; klimmen door de ramen en beroven mensen, en in Sofia is er geen straatverlichting” voegde ze er hoofdschuddend aan toe. Dat laatste hadden we gelezen; maar de andere informatie was de Trotter vergeten te vermelden. We hadden eigenlijk geen zin meer.

Op het station was een groot fastfood restaurant, we gingen zitten. We aten verdrietig een paar slappe frietjes en toen kwam het moment dat in een slechte film zou worden ingeleid met aanzwellende muziek, een zonnestraal die precies op ons eten viel en een hoopvolle blik in onze ogen. Toen hoorden we Nederlands.

Meestal is dat voor mij op vakantie juist een reden om net te doen of ik een bewoner ben van het betreffende land. Iets om te negeren en zo snel mogelijk weg te rennen. Maar nu, jongens, nu was het als engelengezang!

Achter ons zaten drie jongens, ervaren reizigers zo te zien, geen beginners zoals wij. Ze lachten en beten vol zelfvertrouwen in de hamburgers die op de rode plastic dienblaadjes lagen. Wij,anders toch was sociopathische types, draaide ons om en vroegen bijna smekend waar ze naartoe gingen. “Boedapest!”, lachten ze in koor, “met de nachttrein, lekker tukken aan boord, morgenochtend zijn we er, erg relaxed”. Wij spitsten onze oren, de muziek zwol aan en de zon ging schijnen buiten. J rende met onze buidel geld naar een loket en kocht twee tickets. Even later zaten we in de nachttrein, in onze eigen couchette en een best schoon badkamertje op de gang. We kropen in onze bedjes en schoven de gordijnen dicht.

Wat we toen nog niet wisten was dat we vanuit Boedapest naar Praag zouden reizen. En vanaf daar met de bus naar huis. Dat het een hele mooie reis zou gaan worden, en dat we alles deden zonder reisgids.



0 keer bekeken

©copyright E.Barends 2020

  • Instagram