Zoeken
  • Eva Barends

Bankhangende niksnut

Misschien moet je toch maar weer gaan werken, dit soort dingen zijn echt iets voor mensen die niks te doen hebben”, hij kijkt me lachend aan, het is een grapje begrijp ik. Maar ik voel een rilling over mijn rug lopen. Toch lach ik. Het is niet oprecht, maar ik doe niks! Ik blijf dat maar zitten staren, met een schaapachtige grijns. Sterker nog; ik hoor me een verdediging mompelen, dat deze vragenlijsten horen bij een cursus die ik ga volgen, dat het moet. En dat die cursus me misschien wel dichter bij werk brengt. Hij wuift het weg; oh dan is het goed joh. Zoiets. Maar er komt geen excuus. Niks. Ik draai me weer naar mijn scherm en ga verder met mijn vragenlijsten. Mijn wangen roodgloeiend van schrik, mijn lichaam ijskoud. Dit is dus hoe ze over me denken, zie je wel, gonst het door mijn hoofd terwijl ik gedachteloos antwoorden type op vragen bij een persoonlijkheidstest (Een test die later precies zal aangeven dat ik veel assertiever had kunnen reageren. Juist. En bedankt).


Zelf denk ik sinds mijn ontslag goed bezig te zijn. Ik solliciteer op al het mogelijke, werk aan een portfolio, zit uren te schrijven op een plan wat ik wil gaan uitvoeren, leer mezelf over financiële businessplannen, maak een website en een goed begin aan een boek. Maar blijkbaar heeft de wereld alweer een oordeel klaar. En misschien nog erger; een lachend oordeel. Een oordeel onder het mom van ‘ah joh, zo bedoel ik het allemaal niet toch? Het was een grapje, waar is je gevoel voor humor gebleven?’. Ik heb een hekel aan oordelen verpakt als grapjes. Als je iets onaardigs lachend zegt, is het blijkbaar minder erg, dan kan het best even gezegd worden. Dan is het niet zo slecht bedoelt en moet de ontvanger er vooral niet te zwaar aan tillen.


Wat me misschien nog het meeste stoort aan deze vluchtige opmerking is niet het oordeel, maar meer wat het met mij doet. Ik werd namelijk precies geraakt op mijn zere plek; mijn onzekerheid als werkeloze. Mijn continue gevoel dat ik me moet verdedigen voor elk kopje koffie dat ik ergens drink, altijd gewapend met een opschrijfboekje of een boek. Nooit een onbenullig tijdschrift. Ik maak me elke dag zorgen om mijn (financiële) toekomst, mijn mogelijkheden als (afgewezen)werknemer en soms zelfs aan mijn hele zijn.


Sinds mijn zestiende werk ik al. Verschillende baantjes passeerden de revue; hondenuitlaatster, medewerker in een notenbar, bij een opticien, schoonmaken, thuiszorg, callcenters, oppassen, Hema, gezelschapsdame van een blinde mevrouw, tijdschriftenwinkels en natuurlijk het onderwijs… Eerst alleen om een extra zakje drop en een tijdschrift te kunnen betalen, daarna voor vakanties, studies, verzekeringen, huur, eten, kleding en Sinterklaascadeautjes…. Ik kan me niet herinneren dat ik geen werk heb gehad; mijn werk is altijd een deel geweest van mijn leven. En laten we eerlijk zijn; uit deze lijst spreekt absoluut geen kritische voorkeur voor bepaalde banen, ik nam altijd wat er was en deed het er maar mee. Ik dacht altijd: als je iets wil, of nodig hebt, dan moet je ervoor werken. Simpel. En nu ben ik door een heel vervelende samenloop van omstandigheden, opeens thuis. En echt niet omdat ik een jaartje niks wilde doen.


En kijk, wat er in de alinea hiervoor gebeurt; ik verdedig mezelf weer. Ik verdedig waarom ik niet werk en dat ik echt geen bankhangende niksnut ben. En dat is onzin. Want al was ik een jaartje aan het genieten van Netflix op de bank, met chips, drop en katten op schoot, en waren mijn enige uitspattingen koffiedrinken in elke hipsterbar van de stad. Dan nog was dat goed. Want het gaat niemand wat aan wat ik doe, of wat iemand anders doet.


Bij deze dus; ik neem even mijn werkeloze ruimte in mensen, heerlijk.



33 keer bekeken

©copyright E.Barends 2020

  • Instagram